|
| |
poon
|
|
|
grauwe poon Trigla gurnardus
De vis valt op door zijn grote gepantserde kop en de grote ogen. In vergelijking tot de grootte van de kop lijkt de rest van de vis verhoudingloos slanker. Duidelijk voelbare, beenachtige verdikkingen markeren de zijlijn over de gehele lengte. De eerste drie stralen van de borstvinnen zijn uitgegroeid tot krachtige stekels, die door de vis afzonderlijk bewogen kunnen worden. De roodachtig-bruine grondkleur van de jongere exemplaren
staat in tegenstelling tot het grijsbruin van de oudere, geslachtsrijpe dieren. Talrijke vuilwitte vlekken bevinden zich verspreid over het gehele lichaam van de kop tot aan de staartwortel. De zijlijn heeft een duidelijke rij heldere punten. De voorste rugvin bezit dikwijls een grote zwarte vlek op een heldere ondergrond. Borst-, buik- en rugvinnen worden door een poon na de vangst wijd uitgespreid. Van de grauwe poon onderscheidt
zich een naaste verwant, de rode poon (Triglalucerna L.) door het ontbreken van de verdikkingen langs de zijlijn en een fantastische kleurenpracht. De rug is rood, de zijden oranje en de vinnen van deze vis zijn geel en blauw gekleurd. De rode poon en nog twee andere soorten van hetzelfde geslacht komen echter veel minder voor dan de grauwe poon; in onze wateren zijn het altijd verdwaalde dieren.
|
|
| |
|
|
|
Visstroperij?
meldpunt AID
045 - 5466222
(24 uur per dag) |
|
|
© 2004-2006
kustvissen
in
europa
alle rechten voorbehouden
Disclaimer. |
|
|