|
| |
harder
|
|
|
HARDER Mugilidae
Tot deze over de gehele wereld verspreide familie behoren ca. 100 verschillende soorten. Zij zijn gedeeltelijk moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ze hebben allemaal het model van de kopvoorn, en het schubbenpatroon met de strepen op de zijden van de vlagzalm gemeen. Alle harders hebben twee rugvinnen; de eerste bestaat uit 4 stralen, die zich min of meer tot stekelstralen ontwikkeld hebben. De zijlijn is niet of nauwelijks te
zien en de vis heeft aan iedere kant van de kop 4 kieuwbogen. Karakteristiek zijn de grote, ronde schubben die tamelijk gemakkelijk loslaten. In onze wateren komen voornamelijk twee soorten voor: 1° de gewone harder, (Mugil ramada Ris). het voornaamste verschil met zijn soortgenoten is een ovaal vetlid boven de ogen. Boven de pupil bevindt zich een duidelijk herkenbare verticale gleuf. 2° De diklippige harder (Mugil chelo Cuv.) valt
op door zijn bovenlip die duidelijk dikker is, en bezaaid met talrijke kleine wratjes. Typerend voor deze vis is ook de ongewoon smalle keelholte; de kieuwdeksels komen onderaan het lichaam vlak bij elkaar. Beide vissen hebben vrijwel dezelfde kleur. De rug is donkergrijs en wordt naar de zijden toe snel lichter van kleur, de flanken zijn zilverkleurig en bezet met grote, ronde schubben die gedeeltelijk donkere randen hebben.
Onregelmatige pigmentvlekken in de lichte schubben vormen min of meer duidelijke dwars strepen. Andere soorten, zoals de dun lippige harder (Mugil capito Cuv.) en de goudharder (Mugil auratus Risso) komen bij ons vrij zelden voor, maar worden tamelijk veel in de Middellandse Zee gevangen. De eerste soort onderscheidt zich door een vrijwel even grote Onder- en bovenlip; de bovenlip is bezaaid met heel fijne borsteltjes. De goudharder heeft een
meer bruinachtige grondkleur, en achter de ogen en op iedere kieuwdeksel een opvallende, goudgele vlek. |
|
| |
|
|
|
Visstroperij?
meldpunt AID
045 - 5466222
(24 uur per dag) |
|
|
© 2004-2006
kustvissen
in
europa
alle rechten voorbehouden
Disclaimer. |
|
|